zondag 27 september 2009

Natuur vs. cultuur

September 2009. Goldstream Provincial Park, British Columbia, Canada.

De bus dropt je af aan de camping van Goldstream Provincial Park. De zon schijnt en je begint aan een wandeling die enkele uren zal duren. Het eerste half uur gaat vlot. Boomstammen die het pad versperren: geen probleem. Andere obstakels: geen probleem. Opeens begint het te regenen. En dan begint het te gieten. Het lijkt niet te zullen de stoppen in de eerstkomende uren. Bovendien kom je niemand tegen, tenzij aan de waterval en aan het visitor's center, maar daar kan je makkelijk met de auto naartoe, zonder dat je door de wildernis moet.

In de zee van groen en bruin ben je alleen, samen met slakken, kevers, vogels en een eenzaam hert dat al even snel terug verdwijnt als het te voorschijn kwam, plus die (in mijn geest ellendige) regen. Je bent kletsnat: pet, jas, tweede jas en t-shirt, korte broek, sokken en schoenen. Je loopt door, je geniet veel minder van de natuurpracht, je wil enkel een warme douche en droge kledij en schoenen. Je komt langs paden die eigenlijk niet zo heel breed zijn, naast jou gaapt de dieperik. Je volgt het pad, tot je opeens op een punt komt waarvan je zeker weet dat je daar niet hoort. Er zit niets anders op dan terug te keren. Wat niet altijd even eenvoudig door de stijle stukken met weinig grip.

Dan kom je eindelijk aan een plaats waar je denkt te kunnen schuilen voor de regen, moet je toch wel betalen. Wat is dan het nut om geld te geven om daarna toch weer kletsnat te worden omdat je nog helemaal terug moet om de bus te nemen? Niet betalen, doorgaan en toch weer proberen te genieten van het natuurschoon. Beetje bij beetje lukt het. Tot je op een bepaald moment je oriënteringsvermogen kwijt bent. Welke van de drie paden volg ik. Nu lijkt het alsof elk pad teruggaat van waar je net komt. Die boom ben ik daarnet gepasseerd. Dat heb ik toch al gezien, dus die weg moet ik niet volgen. 

Je voeten schuiven onder je lichaam weg, maar je kunt je gelukkig nog vastgrijpen. Nog een uitschuiver, weer niet volledig gevallen. Alles lijkt zo hard op elkaar, nu moet je wel een pad kiezen en doorgaan tot je effectief een aanwijzing hebt dat je al dan niet goed zit. Hoera, ik ben op de goede weg. De paden lijk je opeens veel sneller te bewandelen. Daar is de camping, nu ben je er bijna. Daar is de weg langs waar je deze ochtend gekomen bent. Het is zover: je hebt het overleefd. Jij, een mens die zo van de natuur is vervreemd, je hebt de test van Moeder Natuur glansrijk doorstaan!

Het mooie van zo'n eenzame wandeltocht in de natuur is dat je beseft hoezeer we vervreemd zijn van de natuur en binnen onze cultuur gewoon alles als normaal beschouwen: mooie, geasfalteerde wegen, paraplu, gebouwen om in te schuilen, droge kledij, ... In de natuur schrik je van de geluiden die zo hard verschillen van die in onze 'cultuur', je vloekt als je geen wegwijzers ziet, je vindt het zonde als je constant door plassen moet, over boomstammen moet klimmen. Als je (bijna) valt, is het al helemaal te gek dat ze op die plaats geen trapje hebben gemaakt. Maar zijn al die dingen nu eigenlijk wel nodig?

Je voelt zo dat het voor je lichaam veel beter is om op de onverharde bodem te wandelen dan op asfalt. Door hier en daar over boomstammen te stappen, gebruik je meer spieren dan door afwisselend je linker- en rechtervoet vooruit te bewegen. De lucht is veel zuiverder te midden van die groen-bruine oase aan bomen dan te midden van onze steden. Ik heb urenlang kletsnat rond gelopen en ben toch niet ziek geworden.

Wat houdt ons dan eigenlijk tegen om de natuur te koesteren en er regelmatig tijd in door te brengen? Waarom kiezen we voor al die artificiële dingen zoals muffe gebouwen, televisies waarop niets te zien is, ...? We gaan zo fel op in onze 'cultuur' dat we niet eens meer beseffen dat er en wat natuur is. Het is aan ons om hier verandering in te brengen!!!

0 reacties:

Een reactie plaatsen